Rijnsburgse Boys neemt aan het einde van dit seizoen afscheid van een clubicoon. Dick Heemskerk kondigde onlangs aan dat de huidige jaargang zijn laatste is als assistent-trainer van de ‘Uien’. “Het is tijd voor een nieuwe generatie.”

Hij geniet nog van iedere minuut die hij met ‘de jongens’ op het veld staat. De reden dat hij stopt is dat hij meer tijd wil voor zijn gezin. “Weekendje weg, weekje er tussenuit, dat kan nu allemaal niet”, zegt Dick Heemskerk (54). “Ook in de zomer moet je rekening houden met Rijnsburgse Boys. Tegenwoordig is de voorbereiding in tweeën geknipt waarbij we twee keer drie weken vrij hebben. In die periode kan je op vakantie. Het is allemaal veel intensiever geworden. Naast de zomervakantie heb je rond kerst nog twee weken geen voetbal, maar dat betekent dat je 44 van de 52 weken bezig bent voor Rijnsburgse Boys. In de praktijk betekent dat twintig uur in de week. Dat heb ik nooit als een belemmering gezien, maar ik ben nu in een levensfase gekomen waarbij ik zeg ‘het is mooi geweest’. Ik kan nu bovendien zelf het moment van stoppen bepalen, ik hoef niet te wachten tot de club dat zou doen.”

Heemskerk speelde zelf vijftien jaar in de hoofdmacht van de Uien. Hij maakte in het seizoen 1989- 1990 deel uit van het kampioensteam dat destijds op het hoogste zaterdagniveau met Quick Boys streed om de titel. “Dat maakte dat kampioenschap extra mooi”, zegt de voormalig verdediger, die na twee seizoenen te hebben afgebouwd bij Rijnsburgse Boys 2 als elftalbegeleider bij de hoofdmacht kwam. “Henk Wisman heeft me gevraagd om assistent van hem te worden. Ik had net ja gezegd toen hij trainer werd van Volendam. Cock Jol werd aangetrokken als zijn vervanger.”

Zijn eerste seizoen was roerig te noemen, want Jol werd door de clubleiding ontslagen. “Ik heb het seizoen toen nog afgemaakt als interim-trainer.”

Hij was vervolgens assistent van Wim Schaap (twee seizoenen), Ted Verdonkschot (zes seizoenen), Niek Oosterlee (zeven seizoenen), Pieter Mulders (twee seizoenen) en sinds dit seizoen is hij de rechterhand van Wilfred van Leeuwen. “Al met al valt het met dat aantal best mee. Zes trainers in negentien seizoenen is niet bijzonder veel.”

Zijn periode met Verdonkschot als trainer was ongetwijfeld het meest succesvolle. Rijnsburgse Boys veroverde drie kampioenschappen. “Ik heb trainers met uiteenlopende ideeën meegemaakt”, stelt Dick Heemskerk. “Trainers die zelf alles wilde doen tot trainers die de training uit handen gaven. En trainers die de voorkeur hadden voor de tussenvorm: met elkaar.”

In alle omstandigheden paste Dick Heemskerk zich aan. “Ik ben iemand die zich makkelijk schikt naar karakters. Ik heb me altijd dienstbaar opgesteld. Ik ben ook altijd loyaal geweest met trainers, al was ik het niet altijd eens met ze. We gaven elkaar zeker wel kritiek, maar wel binnen de bekende vier muren.”

Heemskerk fungeerde voor de trainers als praatpaal en spiegel. Hij vormde geen bedreiging, omdat hij niet de ambitie had om hoofdtrainer te worden. “Dat heb ik nooit gehad. Ik heb ook nooit de behoefte gehad om ergens anders te gaan trainen. Rijnsburg is mijn cluppie en ik had en heb het er goed.” Hij heeft het trainersvak in de loop der jaren wel zien veranderen. “Het is veel intensiever geworden. Neem alleen al de technische staf. Die bestaat bij ons al uit vijf personen: hoofdtrainer, twee assistent-trainers, herstel trainer en keeperstrainer. Ook de benadering en aanpak is anders. Vroeger had je in de winterstop je evaluatie met de spelers, nu heb je in de loop van het jaar gesprekken met spelers. Er is veel meer ruimte voor persoonlijke aandacht gekomen.”

https://www.dominos.nl/