De jeugdteams van DSS’14 helpen elkaar zodat iedereen ieder weekend lekker kan voetballen. Gezelligheid staat voorop bij de vereniging en op de prestaties van de elftallen valt ook niet veel aan te merken.

Voor iedere voetbalromanticus is een bezoekje aan DSS’14 aan te raden. Het fraaie sportpark DSS’14 ligt ingeklemd tussen twee boerenbedrijven en halverwege de smalle, rechte weg van Heesselt naar Varik. Een bijzondere locatie. Ook de route naar de Gerestraat 4a is speciaal, want je rijdt niet alleen dwars door het Gelderse buitengebied, maar ook voor een deel over de dijk nabij de Waal. “Sommige tegenstanders denken dat ze verkeerd rijden als ze bij ons moeten spelen”, vertelt Miranda van der Pol lachend. In de rustige kantine van DSS’14 vertelt de vrolijke penningmeester honderduit over de club. De stilte is na een poosje voorbij als een groepje pauzerende mannen opstaan en hun boormachines in de hand neemt. “We krijgen twee nieuwe kleedkamers voor scheidsrechters en een nieuw ballenhok”, zegt Van der Pol. “Het is goed dat de accommodatie een opknapbeurt krijgt, die mannen zijn goed bezig.” Tegelijkertijd zijn buiten zijn de jongere mannen van DSS’14 ook goed bezig: de spelers van de JO17-1 maken namelijk gehakt van de leeftijdsgenoten uit Haaften en winnen met 4-0. Sommige spelers hebben al een wedstrijd met de JO15-1 in de benen en andere jongens sluiten op hun beurt straks weer aan bij de JO19-1 van DSS’14. Dat is hier normaal. “Ideaal is het niet, maar de teams helpen elkaar”, zegt Marjan de Gooyer van de jeugdcommissie, die haar plek in de dug-out even verlaat voor een gesprekje. “We zijn niet voor niets een dorpsclub. Iedereen staat voor elkaar klaar en de onderlinge band tussen de leden is hecht.” De dorpen Varik, Heesselt en Opijnen vormen het achterland van DSS’14 en die dorpen zijn aan het vergrijzen. De fusie tussen SV Waalkanters en VV Opijnen in 2012 bleek al een goede stap, maar ondanks die samensmelting heeft DSS’14 niet veel jeugdleden. “Gezelligheid staat bij ons voorop. We proberen de boel zo goed mogelijk bij elkaar te houden”, zegt De Gooyer. “Bovendien hebben we de laatste jaren behoorlijk wat kampioenschappen gevierd met jeugdelftallen, dus talent is er genoeg.”